|
|
Bregje, Clemens en Anna - een gesprek over hun leven
Alexander Maas

Bregje woont thuis. Zij is met de auto naar Humanitas Akropolis gereden en bezoekt vandaag haar jongere broer en zijn vrouw die een verjaardagsfeestje geven ter gelegenheid van haar broers tachtigste verjaardag. Zij valt midden in een feestelijke lunch, ontvangt vele zoenen, laat zich zakken op de stoel die ze krijgt aangeboden en maakt kennis met Anna en Clemens.
Anna is 68, bewoner, vrijwilligster, werkneemster en '24 uur per dag present.' Ze moet zelf om die opmerking lachen. Toen Anna in Akropolis kwam, was ze ziek en had ze zorg nodig: een hersengezwel, verlamd en geopereerd. Ze was niet mobiel en gebruikte allerlei hulpmiddelen. Nu, drie jaar later, is ze helemaal opgeknapt. Niet gezond natuurlijk, maar wel 'zo gezond' (Ze maakt aanhalingstekens in de lucht) dat ze als een goudkippetje rondloopt.
Haar man, Clemens, heeft na een hartaanval en een aantal bypasses tweemaal een hersenbloeding gehad. Hij is goed aanspreekbaar, heeft moeite met lopen en zijn linkerarm is verlamd. Beiden wilden nooit naar een verpleeghuis, vervolgt ze. Toen het moest, zorgde zij dat ze kwamen waar zij het als vrijwilligster naar de zin had. Hij eerst niet, maar hij volgde haar. Een sociaal werkster en artsen hebben hen geholpen met de indicatie.
'De kinderen dachten: "Ja hoor, ma die gaat achter de geraniums in het bejaardenhuis!" Ik zeg: Laat me nu maar gaan, ik zeg, want jullie kunnen geen 24 uur per dag voor mij zorgen! Kinderen hebben hun eigen leven, en dat moeten ze ook leven. Ze moeten niet met de gedachte zitten: 's morgens naar moeder, en 's middags naar moeder, en 's avonds… Dat wilde ik niet. Ik zeg: Ik kom echt op mijn plek'.
Haar man was toentertijd nog gezond en heeft zich in zijn lot geschikt. Hij had het moeilijk. 'Op een dag kwam hij beneden en stonden er overal bedden. Er was een groot feest, en dan worden de mensen die in het verpleeghuis zitten daarbij betrokken. Toen vroeg hij: "Is dit mijn laatste reis?" Toen heb ik gezegd: Ja, dat is onze laatste reis, maar kijk om je heen, want vandaag zijn het deze mensen, morgen wij.'
Clemens protesteert: 'Ik heb nooit iets gemankeerd. Ik heb altijd gesport! Ik was toen vitaal. Ik zag hier talrijke ongelukkige mensen. Ik ging met mijn broer, Benny, naar de bar. Onverwacht troffen we een restaurant vol bedden. Dat kon ik niet goed verwerken.'
'Waarom wilde u hier zo graag wonen?' houdt Bregje haar voor. Zij geniet ervan anderen het naadje van de kous te vragen. Dat geeft haar ruimte op adem te komen. Clemens antwoordt: 'We hadden een groot huis met veel onderhoud. Dat werd toen al een tikkeltje te zwaar.'
Anna valt hem in de rede: 'Nou, het is gewoon… Je huurt hier een appartement, net als in de wijk. Daar ben je vrij in doen en laten. Wil je niet naar beneden, dan blijf je in je appartement en sluit je de deur. Wil je 's nachts om 4 uur thuiskomen, dan kom je dat. Wil je dronken thuiskomen, dan doe je dat. Houd je van contacten, dan kan dat hier. Natuurlijk hebben we buren die je wel of niet leuk vindt. Maar goed, dat blijf je houden waar je ook zit! Bijkomend voordeel is dat hier professionele zorg geboden wordt, mocht dat nodig zijn. Er is ambiance! Je leert om elkaar te geven en bij elkaar langs te gaan… En intussen komen ons kleinkinderen langs: het is feest als ze bij ons in de huiskamer mogen blijven slapen. Dat betekent 's morgens even overstappen, even opstaan, allemaal wassen. Oma gaat tafel dekken, bedden leeg laten lopen…, en klaar is Anna!' (Ze lacht). Opa rollerskate en viste nog met ze. Dat kan nu niet meer. Daar heb je moeite mee, niet Clemens?' In zijn ogen blinkt een traan.
Anna zegt: 'Ik ben een type die denkt: nou vandaag is het niet goed, morgen schijnt de zon weer, vooruit' Van dat aanpakken, daar gaat Bregje ook voor. Ze heeft nog een vraag:
'Is die overgang niet groot? U beiden woonde in een groot huis?'
'Het is heerlijk, alles schoonhouden moest ik. Nu woon ik in een levensbestendige woning en hoef niet naar een verpleeghuis. Ik word hier verzorgd en mag hier blijven op 72 vierkante meter - dat is zo klaar. Mijn grote spullen konden alleen niet mee, daar had ik moeite mee.'
'Heeft u het contact gemist met uw oude vrienden door te verhuizen, of..?'
Clemens antwoordt: 'Nee, dat is weg. Mensen ontvallen, verhuizen, de wijk verjongt...'
Anna vult hem aan: 'We hadden daar toen wel veel contact. Jij was altijd weg, maar ik had veel contact, ik ben een sociaal dier. Nee, ik ben niets verloren. Of ze nou daar op bezoek kwamen of hier. Hier kunnen we ook 's avonds gezellig met onze vrienden zitten kaarten, en een borreltje drinken. Nou, dat kon daar ook. Ik neem toch die sfeer mee, ik blijf toch die gastvrouw? Ik ben wel van huis veranderd, maar niet van innerlijk…'
'En het contact met de kinderen: is dat hetzelfde gebleven?'
'Ja, fantastisch. Mijn kleinkinderen sturen een SMS-je: "Hee oma, ik kom vanavond!" Ze komen graag en ik ben er blij mee. Ik pomp de bedden op, die gooien we in de kamer en dan zeggen we: Jongens, jullie kunnen bij opa en oma logeren. Ze kunnen aan de computer zitten… Zo leer ik ook: dat is met je tijd meegaan.' Er wordt geschaterd. Anna vervolgt:
'Ik had 25% overlevingskans. Ik dacht: Die 25%, die zijn voor mij! Het leven vrolijk houden, niet als je eraan toe bent, want dan heb je er geen zin meer in en dan is het heel zwaar. Wanneer je goed bent en de kans krijg, ja, dan moet je dat doen. Want wanneer zijn we eraan toe? Dat weten we geen van allen.' Het emotioneert Anna. Ze staart even voor zich uit. Clemens omarmt haar, buigt zich voorover en zegt zich tot Bregje wendend:
'Ze wist wat ze niet wilde. Ze is in andere huizen geweest. Ze zei: "Je vindt in heel Rotterdam niet zo'n sfeer en ambiance als hier!" En als ex-kok kan ik zeggen: de keuken is grandioos!'
Bregje laat een stilte vallen en vraagt dan: 'Wat precies vindt u alleen hier en niet elders?'
Anna heeft zich hernomen en antwoordt: 'Ja, ik weet niet hoe ik het moet zeggen, maar het is hier vrijer. Het moet wel heel erg gek zijn wil er nee gezegd worden. De vrijheid is er, de gastvrijheid is aanwezig, ook voor de clienten van buiten die hier komen eten, een borreltje komen drinken. Dat mis ik in andere huizen. '
'En hoe vind u dat nu, na zo'n tijd? Bent u nu wel gewend, meneer Benschop?'
'Toen we hier een jaar zaten heb ik contact gekregen met Madelief die een ernstige spierziekte had. Eerst zorgde mijn vrouw voor haar; ik heb het overgenomen, ook toen ze naar de Schiebroekse parkflat verhuisde…' Het wordt hem even te veel. Anna verduidelijkt:
'Hij was helemaal verknocht aan haar, en zij aan hem. En toen is ze overleden. Clemens heeft toen haar hulpbehoevende vader, waar hij het goed mee kon vinden, geholpen.' Het benoemen van de herinnering emotioneert Clemens zeer. Tranen biggelen over zijn wang. Hij laat het gaan. Zijn vrouw liefkoost hem met woorden alsof zij hem van op afstand stevig omhelst: 'Je bent goed voor die mensen geweest; Madelief en haar vader hebben we tot aan de laatste dag verzorgd.' Clemens knikt, en haalt zwijgend een zakdoek langs ogen en mond. Zorgvuldig formuleert Bregje haar antwoord:
'In zo'n situatie is het praten met mekaar over van alles en nog wat. Alles komt boven: nare dingen, mooie dingen. Je wordt steeds meer een. Ik vind het een stempel op het leven', complimenteert ze Clemens, 'dat heeft u goed volbracht, daar mag u blij om zijn!'
Clemens pauzeert en zegt dan: 'Als je het zo bekijkt wel. Het heeft me hier over alles heen geholpen… Dat ik nu niet goed ben, was mijn eigen schuld. Mijn vrouw lag al te slapen. Du moment dat ik in bed stap, voel ik links niks meer. Ik heb haar laten slapen. Stom natuurlijk: als we gelijk naar het ziekenhuis waren gegaan, was de uitval veel minder geweest…'
'Dat was een harde les! En nu?', kijkt Bregje hem vragend aan:
'Na die beroerte ben ik gerevalideerd, ik doe aan ouderensport… Oude herinneringen vervagen. Ik houd van kunst en schilder in het atelier. Ik ken alle impressionisten. Maar als je me namen vraagt, weet ik het niet meer. Ik kan ze in naslagwerken nagaan... Dat doe ik niet. Ik wil in de kunstcommissie gaan zitten, die vergadert een keer in de twee maanden.'
|