Een recent onderzoek naar het Herinneringsmuseum, dat door Stichting Humanitas in Rotterdam werd geinitieerd, richt zich op het herstellen van het evenwicht; het concentreert zich op een aantal herkenbare alledaagse interacties tussen de ouderen, die we herinneringsactiviteiten noemen. Onder herinnering verstaan we het stilstaan bij- en het herkauwen van zaken uit het verleden. Deze activiteit, die merendeels onopvallend is en gewoonlijk als normaal wordt afgedaan, wordt eerder als dagelijkse afleiding beschouwd dan als een intrinsiek onderdeel van een zinvol proces gedurende het latere leven. Bij dit onderzoek was het uitgangspunt anders. Het is gebaseerd op de veronderstelling dat het herinneringsproces op latere leeftijd een wezenlijk onderdeel vormt van een goed leven.
Het onderzoek had tot doel om na te gaan op welke wijze de oudere generatie terugkijkt naar het verleden en om beter te begrijpen wat het herinneren met zich meebrengt voor ouderen en voor de anderen die op dat moment bij hun leven en welzijn betrokken zijn. De bevindingen van het onderzoek bieden een aantal antwoorden op de centrale vraagstelling, te weten: wat is de betekenis van herinneren op latere leeftijd.
Het volgende verhaal kan dienen ter illustratie van het bovenstaande.
Margreet is zevenentachtig jaar en nieuwsgierig. We zijn al tien jaar buren, delen dezelfde verdieping in een appartementencomplex, En onze verhalen. In de loop der jaren heeft ze me veel verteld, over haar ouders die in het onderwijs hebben gewerkt, over haar werk als directrice van de stadsbibliotheek en vooral ook over de afgelopen jaren toen de kring van haar familie en kennissen geleidelijk maar onvermijdelijk kleiner werd. Ze accepteerde het met verdriet, maar tegelijkertijd met veel moed:
'Weet je, het afgelopen jaar krijg ik steeds vaker die kaarten, overlijdensberichten van mijn kennissen. Ik ging eerst altijd naar de plechtigheid om afscheid van ze te nemen, maar nu zijn het er soms twee of drie tegelijk, en dan kan ik het niet meer. Ik vind het moeilijk, hoor. Maar er zijn sommigen die ik niet kan missen. Ik wil daar naartoe om gedag te kunnen zeggen,' verzuchtte ze in een dergelijk gesprek.
Ik heb verteld over mijn onderzoek naar het Herinneringsmuseum bij Humanitas in Rotterdam en zij wilde weten wat voor museum het eigenlijk was. Na enig overleg hebben we een datum geprikt voor een bezoek: vandaag is het zover…
Zij is behoorlijk opgewonden, want een dag, gevuld met een lange autoreis en een museumbezoek, belooft een spannende belevenis voor haar te worden. Ik ben ook benieuwd. Ik heb in een half jaar al met tientallen andere bezoekers van het museum gesprekken gevoerd, maar zij waren allemaal vreemden voor mij die ik pas tijdens het bezoek leerde kennen. Met Margreet is dat anders.
Ik weet dat meer leden van haar familie hun laatste jaren in bejaardentehuizen hebben doorgebracht: haar vader, broer en schoonzusters. Gisteren vertelde ze mij opeens een ontroerend verhaal over ÈÈn van die schoonzussen die naar het verzorgingshuis moest vanwege dementie. Haar kinderen en de familie kwamen dagelijks bij haar op bezoek. Zij praatte nauwelijks meer. Toen haar dochter haar op een keer vroeg hoe zij zich voelde, antwoordde zij helder: 'Verlaten'. Dat woord trof de diverse familieleden en Margreet als een mokerslag. Gisteren bespraken wij wat haar schoonzuster daarmee bedoeld had kunnen hebben: dat zij nu alleen moest wonen? Dat zij minder mensen zag? Of, dat haar eigen lichaam en geest haar niet meer wilden dienen? Het kon van alles zijn…
Aan Margreet zie ik dat ze, ondanks dat zij vrede met haar levensloop heeft en rationeel wil blijven denken, tegelijk ook emotioneel en kwetsbaar is. Haar verleden en haar herinneringen daaraan bestaan in haar gevoel alleen in haar geheugen. Door erover te vertellen brengt ze die weer tot leven en herbeleeft zij als het ware alles wat is gebeurd.
Haar eerste indruk van het levensloopbestendige complex Humanitas is 'groot en leuk'. We lopen vanuit de grote hal samen de trap af naar de kelder, waar het museum gevestigd is. Het museum is als woning ingericht, waar veertien ruimten een beeld moeten geven van een gemiddeld Nederlands gezinsleven gedurende de afgelopen eeuw. Margreet moet zich even orienteren, maar is daarna meteen bereid om aan de slag te gaan – alsof er iets voor haar staat dat haar onmiddellijke aandacht opeist. We stoppen bij de motorfietsen in de hal: zij vertelt over de tandem motorfiets die haar ouders indertijd gekocht hebben en waarmee ze door het hele land trokken.
We lopen verder naar de badkamer. Zij wijst naar het houten plankje met de geknipte vellen krant, die vroeger in plaats van wc papier werden gebruikt. Herkenning en afschuw tegelijkertijd, maar ook een glimlach zijn op haar gezicht te zien. In de slaapkamer ziet zij op het bed een gehaakte sprei liggen; ze glimlacht onmiddellijk, bewondert het werk en vertelt dat haar grootmoeder veel spreien gemaakt heeft. Zij kijkt eventjes in de linnenkast en merkt op dat het bij haar thuis nog steeds zo is. Alles netjes op een rijtje, constateert zij: 'Dus niets bijzonders, gewoon zoals altijd.'
Het schoollokaal waar we naartoe lopen, eist haar volledige aandacht op. Als kind uit een onderwijzersgezin, kijkt Margreet met interesse naar het schoolbankje; zij merkt meteen het leesplankje op en begint spontaan uit haar hoofd op te zeggen: 'Aap – noot – mies -….' Ze kent het rijtje nog, en is als een kind zo blij als ze beseft dat haar geheugen haar niet in de steek laat. Ik laat Margreet een paar leesboekjes zien, zonder te weten uit welke periode ze zijn. Boeken zijn haar passie, eerst als bibliothecaresse en uiteindelijk als directrice van een grote bibliotheek. Zij noemt de auteurs van de boeken uit haar hoofd. Weer merk ik bij haar dat gevoel van genot dat je eerder bij een jong meisje zou verwachten dan bij een vrouw van dik in de tachtig.
Naast het schoolbankje staat een hoge lessenaar met een dito stoeltje. Zij legt uit:
'Dat was het. Daar zat mijn vader op toen hij les gaf. En ik zat op zijn schoot, want ik kon gewoon zo de school binnenlopen - de klas in. Mijn vader vond het allemaal goed en ging ongestoord door met uitleggen. Wij woonden in een dorp. Ik was toen klein en moest nog niet naar school, maar ik vond het altijd leuk. Het leven was rustig en veilig. Een keer heb ik besloten alleen naar school te gaan. Dat betekende toch een flinke afstand en ook nog langs het bos. De school was altijd open (niet op slot), en waarom moest het eigenlijk anders? Zo ging ik de klas binnen, tot verrukking van de leerlingen. Dan bij mijn vader op schoot en daar gelukkig blijven zitten en luisteren naar wat hij vertelde. Heerlijk'. Wat een zalig en zonnig verhaal, schiet het door mij heen.
In het vitrinekastje herkent zij twee titels van boeken die zij zelf als kind heeft gelezen. Zij is zelf verbaasd dat ze zich dat nog kan herinneren. We lopen verder, door het schuurtje naar de keuken. Zij kijkt rond, ziet een ouderwets petroleumstel en zegt:
'Ik vond knijpertjes altijd lekker. Mijn moeder bakte ze voor ons, voor de kinderen. Ik houd er nog steeds van, maar om ze te koken moet je vuur hebben met een constante temperatuur. Dus dat gaat niet met mijn elektrische fornuis.' Een knijpertje kan ik niet thuisbrengen. 'Knijpkoekjes, van vroeger,' geeft Margreet antwoord op mijn vragend gezicht. 'Vroeger had je zo'n zware ijzeren knijper. Mijn moeder gebruikte hem om lekkere koekjes mee te bakken. Mijn vader kocht een keer nieuwe knijpers voor alle kinderen, die lichter waren en makkelijker in het gebruik. Ik heb ze nog steeds thuis, maar kan ze niet gebruiken. Een kennis van mij heeft een gasfornuis. Af en toe spreken we af en gaan we samen bij haar knijpertjes maken.' Weer heb ik het gevoel dat met het verhaal het meisje van vroeger verschijnt. Eenzelfde zachte glimlach die ik sinds het begin van het bezoek zo vaak al op haar gezicht zie verschijnen, siert Margreets gezicht andermaal.
Verderop vinden we knijpers in de hoek, naast de kachel. We genieten er allebei van.
Zij stopt in de studiekamer. Ik vraag haar of haar vader ook zijn eigen werkkamer had. Zij beaamt dat en vertelt dat het een klein kamertje was waar hij zijn papierwerk deed en ook schoolwerk, zoals correctiewerk voor zijn leerlingen. Zo gaat het verder in iedere kamer, van het ene verhaal naar het andere.
Dan is het tijd om te vertrekken. Margreet is dankbaar en zegt me dat ze nu pas begrijpt waarom ik had voorgesteld dat zij een van haar vrienden mee moest nemen. Er is zo veel te zien. Zij vertrekt enthousiast, met het vaste voornemen om terug te komen en niet alleen.
Dit korte verhaal roept veel vragen op, onder meer wat voor soort interacties in dit Herinneringsmuseum van Humanitas plaatsvinden, wat de betekenis is van de herinneringen die door de bezoekers (vooral oudere mensen) worden opgehaald, welke processen van identiteitsvorming op latere leeftijd belangrijk zijn en welke technieken oudere mensen gebruiken om kwalen van hun oude dag te bestrijden?
De resultaten en bevindingen van het onderzoek zullen binnenkort verschijnen in de dissertatie 'Van de kunst van het herinneren tot de kunde van het ouder worden: Een onderzoek in het Herinneringsmuseum van Humanitas, Rotterdam' door de auteur van dit intermezzo.
Elena Bendien is in Rusland afgestudeerd en gepromoveerd op het gebied van taalkunde. Sinds 2006 werkt zij als onderzoeker bij de Stichting Humanitas in Rotterdam. De beoogde datum voor haar promotie aan de Universiteit voor Humanistiek is 2 juni 2010. Contact: Oudwijkerlaan 6, 3581TC Utrecht, bendien.e @casema.nl