Goed ouder worden is toch ook een kwestie van geluk hebben
Peter Derkx
Het nieuwste nummer van TvH is gewijd aan 'Goed ouder worden', vrijwel geheel verzorgd door het gelijknamige onderzoeksproject aan de Universiteit voor Humanistiek (UvH) in Utrecht (www.goedouderworden.nl). De onderzoeksgroep is in maart 2008 van start gegaan en bundelt de wijsgerige, historische, sociologische, psychologische, agogische, organisatiekundige en methodologische expertise van een vijftiental onderzoekers van en rond de UvH. Veelal deden zij op individuele basis al onderzoek naar goed ouder worden, maar nu wordt hun onderzoek in toenemende mate op elkaar betrokken en daardoor verrijkt. Een karakterisering in enkele woorden van waar het in de onderzoeksgroep om draait, is dat ouder worden bestudeerd wordt vanuit de perspectieven van zingeving en humanisering, waarbij de humanistische traditie het kader vormt dat enerzijds het onderzoek inspireert en anderzijds in het onderzoek wordt ge-evalueerd.
De normatieve inzet van de groep vertaalt zich in een poging om de (maatschappij)kritische gerontologie te combineren met een gerichtheid op existentiele vragen. De groep beoogt een correctie van de overdreven en sombere nadruk op de vergrijzing van de samenleving en de individuele lichamelijke veroudering. De vergrijzing van de samenleving is in de geschiedenis van de mensheid allereerst een prestatie van formaat. Ouder wordende mensen met een lichaam dat minder meewerkt, zijn nog steeds mensen waarvan de subjectieve ervaring van even groot belang is als van degenen die nog niet zo ver zijn. Een van de belangrijkste kwesties waar het in het project om draait is hoe een realistisch positief beeld van ouder worden kan worden geformuleerd. Deze vraag is extra urgent in een samenleving waarin ouder worden vooral geassocieerd lijkt te worden met een zware last voor individu en samenleving of met een geforceerd pogen om jong te blijven, een pogen dat gedoemd is te mislukken. Uitgangspunt van ons onderzoek is dat persoonlijke groei en ontwikkeling niet alleen iets zou moeten zijn voor jeugd en jongvolwassenen, maar iets dat bij mensen hoort zolang ze leven. Maar wat houdt die persoonlijke groei dan in gedurende de periode dat mensen ouder worden en oud zijn?
In dit nieuwe nummer vindt u de eerste resultaten van het onderzoeksproject. Voor een deel zijn deze al gepresenteerd op het congres Goed ouder worden: iets anders dan jong blijven, dat op 12 maart 2009 plaats vond in Ottone in Utrecht. Jan Baars behandelt hierin een aantal fundamentele vragen die aan de orde komen als men nadenkt over en onderzoek wil doen naar goed ouder worden. Allereerst bespreekt hij het hierboven al gebruikte onderscheid tussen drie soorten debatten over ouder worden: over de positie van ouderen in de samenleving, over lichamelijke veroudering en over de existentiele ervaring van ouder worden. Daarna bespreekt Baars vanuit zijn jarenlange studie en ervaring als kritisch en interpretatief gerontoloog de belangrijkste benaderingen in het internationale onderzoek naar goed ouder worden, waarbij 'goed' wordt ingevuld als 'zich terugtrekkend', 'actief', 'succesvol', 'continuiteit handhavend' en dergelijke. Hoewel Baars uitdrukkelijk stelt dat de vraag wat goed ouder worden is, op existentieel niveau niet voor iedereen hetzelfde antwoord kan krijgen, sluit hij af met een aantal interessante overwegingen over eindigheid, kwetsbaarheid en verdieping.
Het is belangrijk om niet te vergeten dat als we in Nederland over goed ouder worden schrijven en lezen, dat we ons dan in een specifieke context bevinden. Om dat meteen duidelijk te maken hebben we hier – na bemiddeling van de humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos – een tekst opgenomen van Chenjerai Hove, een Zimbabwaanse schrijver in ballingschap. Hove maakt heel mooi en poetisch duidelijk dat de cultuur van het ouder worden in zuidelijk Afrika een heel andere is dan in West-Europa. Zijn tekst zou echter niet moeten leiden tot een romantisch beeld over ouder worden in Afrika of, nog algemener, ontwikkelingslanden. Ik heb Isabella Aboderin, auteur van Intergenerational Support and Old Age in Africa (2006), met nadruk haar teleurstelling en zorg horen uitspreken over het feit dat de Millennium Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties wel doelstellingen bevatten over het tegengaan van kindersterfte en sterfte van vrouwen in het kraambed, maar niet over de benarde en verslechterende positie van ouderen in ontwikkelingslanden. En Peter Lloyd-Sherlock wil in zijn boek Population Ageing and International Development (2010) niet te gemakkelijk generaliseren over ouderen in Zuid-Afrika, ArgentiniÎ en India, maar hij geeft wel aan dat het beleid in die landen met betrekking tot pensioenvoorzieningen, gezondheidszorg en werkgelegenheid tot nu toe voornamelijk mislukt is. Met treurige gevolgen ook voor ouderen.
Anja Machielse en Roelof Hortulanus doen al jaren lang onderzoek naar de sociale relaties van ouderen. Ze onderzochten zowel de omvang van het sociale steunnetwerk (hoeveel contacten heeft iemand) als de aan- of afwezigheid van eenzaamheidsgevoelens. Ze benadrukken dat het belangrijk is om deze twee dimensies te onderscheiden en vervolgens met elkaar in verband te zien. De mensen die weinig of geen betekenisvolle contacten hebben en die zich daarbij ook eenzaam en ongelukkig voelen, zijn er het slechtste aan toe en worden door hen 'sociaal geisoleerd genoemd. Een van de conclusies van Machielse en Hortulanus is dat het aantal sociaal geisoleerden boven de leeftijd van 70 jaar snel toeneemt en dat dat onder mensen tussen 80 en 91 jaar oud zelfs stijgt tot 20%. Wat echter ook niet vergeten mag worden is dat 80% dus niet sociaal geisoleerd is en dat 38% van de ouderen tussen 80 en 91 nog steeds contactrijk is en zich niet eenzaam voelt.
Joep Dohmen stelde met Jan Baars de bloemlezing samen: De kunst van het ouder worden: de grote filosofen over ouderdom (2010). Deze bundel is recent gepubliceerd. Door dit nummer heen kunt u drie columns lezen die Dohmen geschreven heeft naar aanleiding van zijn werk aan dit boek. In de eerste column staat Aristoteles centraal, in de tweede Schopenhauer en in de derde eindigt hij met kritiek van Margaret Urban Walker op het mannelijke idee van de keuzebiografie en het daarmee verbonden laatmoderne ideaal van het ouder worden als carriere.
In de bijdrage van Peter Derkx wordt de vraag behandeld of we na het afsluiten van het Humaan Genoom Project moeten proberen met behulp van biogerontologisch onderzoek de gezonde levensverwachting van de mens te verlengen met tientallen jaren. Zou het kunnen? Moeten we het willen? Een van de belangrijkste conclusies is dat het verkleinen van sociaal bepaalde verschillen in gezonde levensverwachting, tussen groepen binnen een land en tussen landen, minstens zo belangrijk is als het met behulp van biotechnologische middelen vertragen, repareren of stoppen van lichamelijke verouderingsprocessen van de menselijke soort als geheel.
Elena Bendien geeft een inkijkje in haar promotieonderzoek bij Humanitas Rotterdam naar de betekenis van herinneringsactiviteiten voor goed ouder worden. Zij promoveerde op 2 juni in Utrecht. In dit verband is het goed om ook te vermelden dat een ander lid van de onderzoeksgroep, Anneke Sools, op 12 mei promoveerde op haar onderzoek getiteld: De ontwikkeling van narratieve competentie: bijdrage aan een onderzoeksmethodologie voor de bestudering van gezond leven.
In veel discussies over ouder worden is dementie het grote schrikbeeld. Margreet Bruens laat zien dat het heersende beeld van dementie te negatief is. Er wordt alleen gefocust op wat verloren gaat. Bruens gebruikt het werk van de Amerikaanse onderzoeker Steven Sabat om te laten zien wat behouden blijft, wat mensen met dementie nog wel kunnen en de invloed van de sociale omgeving hierop. Ze illustreert dit met citaten van mensen die zelf dement zijn. Ouder worden met dementie kan beter, beter dan nu meestal gedacht wordt.
Alexander Maas heeft 75 clienten en 25 professionals in vijf Nederlandse verzorgingshuizen geinterviewd, onder meer over hun keuze voor thuis blijven wonen of naar een verzorgingshuis gaan en in het laatste geval: naar welk dan en waarom? Zijn hierop gebaseerde studie verschijnt later dit jaar. Het fragment over Bregje, Clemens en Anna geeft een eerste indruk. Dit fragment wordt gevolgd door een bewerking van de doorwrochte tekst die Maas uitsprak op het congres van 12 maart 2009. In zijn artikel analyseert hij eerst een aantal belangrijke aspecten van een sociale gedragstheorie die helpen rekening te houden met de ervaringen van ouderen, hun familie, professionals, managers en beleidsmakers. De levende verhalen van deze mensen moeten grondig geanalyseerd worden om humane zorg mogelijk te maken. Het is de kwaliteit van de interactie tussen alle betrokkenen die maakt dat zorginnovaties in de praktijk slagen. In de tweede helft van zijn artikel verheldert Maas zijn theoretisch perspectief met het voorbeeld van een gezin waarin een kwakkelende oma na een operatie na een lang meningsverschil met krasse opa besluit naar een verzorgingshuis te gaan, waarbij de kinderen heel verschillend reageren.
Ireen Dubel -evenals Hove geen lid van het UvH-onderzoeksproject- gaf de memoires Goed oud (vertaling van Somewhere towards the End) van de Britse schrijfster Diana Athill aan haar moeder cadeau. Naar aanleiding van het boek sprak Dubel met haar moeder over haar beleving van oud zijn. Voor dit tijdschrift schreef Dubel een verslag van het gesprek, dat eindigde met de besliste uitspraak van de negentigjarige: 'Goed ouder worden is toch ook een kwestie van geluk hebben'.
thieu dollevoet
2010-06-21 12:05:51 9003
graag digitale versie toesturen.
Dank.
Harry Fey
2010-09-05 22:16:54 10648
LIjkt me zeer interessant.
Zou ik een digitale versoe van het tijdschrift mogen bestellen?
Vr. Groet