vrijdag 17 november 2017
Website voor Humanistiek
Menu

Voorpagina
Abonnement
E-edities
Archief
Colofon
H-University Press
Links
Feedback

RedactieBlog

Nieuwsbrief












SWP Uitgeverij

Externe links openen in een nieuw venster.

Eindeloos Bewustzijn
Er is nogal wat te doen over het boek van cardioloog Pim van Lommel, dat eind 2007 verscheen. Dr Piet Winkelaar recenseerde het boek:

Pim van Lommel


Het is een zeer omvangrijk en respectabel boek met veel informatie. Ik heb er ook het nodige van opgestoken, maar deel zijn conclusies niet. Soms meen ik de auteur ook te betrappen op wat we vroeger in de logica een ‘latius hos redering’ noemden. Hij gebruikt begrippen die hij later verbreed en komt dan tot ondeugdelijke conclusies, denk ik. Aanvankelijk lijkt zijn beschrijving van bewustzijn zeer breed en heeft alles wat leeft bewustzijn, maar later in het boek blijkt bewustzijn vooral een bewustzijn dat herinneringen heeft. Het onderwerp dat in dit boek aan de orde komt is dermate complex dat het ’t onderzoeksgebied van een cardioloog ver te buiten gaat. Het vereist een multidisciplinaire benadering.



In grote lijnen heb ik naast alle waardering vier punten van kritiek. Allereerst geeft de cardioloog van Lommel onvoldoende aan wat hij onder bewustzijn verstaat. Pas op blz. 278 stelt hij die vraag aan de orde. Hij heeft het dan over menselijk bewustzijn dat in veel gevallen ook allerlei gedachten bevat. Is denken nu een product van bewustzijn? Of is denken juist het bewustzijn zelf? De auteur schrijft over aspecten van bewustzijn (wat zijn dat, aspecten?). Later heeft hij het over transpersoonlijke aspecten van bewustzijn (weer iets anders), over een alomvattend bewustzijn, over waakbewustzijn en persoonlijk bewustzijn en tenslotte over eindeloos bewustzijn, maar zonder dat de verschillen ervan worden aangegeven.

Mijn tweede punt van kritiek is dat hij niets zegt over onze relatie met de dieren, over dierenbewustzijn. Ik vraag me trouwens af wat het verschil is tussen het bewustzijn van een zwaar verstandelijke gehandicapte die niet kan praten en denken en een aap, een dolfijn of een varken. Het bewustzijn van een trouwe hond lijkt soms van dien aard te zijn dat hij zelfs weet of voelt wanneer zijn baas honderd kilometer van hem verwijderd in de auto stapt. Van Lommel overschat het menselijk bewustzijn enorm lijkt me en lijkt net te doen als vroeger de kerk: alleen de mens heeft een ziel, een dier niet. Vroeger hadden vrouwen en zwarten ook geen ziel, maar dat geloven de meeste mensen niet meer. Een primaat heeft volgens Frans de Waal in principe eenzelfde gevoel en ‘bewustzijn’ als zijn menselijke soortgenoten. Hij heeft vermoedelijk echter niet soortgelijke gedachten en herinneringen omdat hij slechts een communicatieve taal kent. De mens is ook een dier. De geweldige zelfoverschatting dat wij goddelijk zijn en de rest niet, lijkt me flauwekul.

Een derde punt van kritiek vind ik dat niet nader wordt ingegaan op het fenomeen van de menselijke taal. Het zijn de woorden die onze wereld scheppen, zei Lacan al. Gedachten zijn producten van taal, zijn tekens, symbolen, tekens die in hun verwijzing de werkelijkheid tot bestaan brengen. Het bewustzijn waar wij in de regel over spreken is een bewustzijn van een woordelijk weten, van gedachten van je ergens van bewust zijn. Met onze taal kunnen we onderscheid aanbrengen in de dingen, kunnen we heden, verleden en toekomst onderscheiden, goed en kwaad benoemen. Het is vooral de conceptualiserende taal die ons van dieren doet verschillen. We zijn interpreterende wezens. Ook ervaringen zijn geďnterpreteerde ervaringen, anders kunnen we er niet over spreken en denken. Er is heel wat uit te leggen als je het hebt over pure ervaring en puur bewustzijn. Al die verhalen die van Lommel aanhaalt zijn geďnterpreteerde ervaringen, producten van taal. Honden en varkens hebben niet zo’n conceptualiserende taal, alleen een communicatieve taal. Maar ze hebben wel bewustzijn, lijkt me.

Een vierde punt betreft het feit dat de auteur weinig te rade gaat bij fysiotherapie, filosofie en neurologie waar men worstelt met het begrip bewustzijn. Er worden daar veelal allerlei vormen van bewustzijn onderscheiden. Voor het menselijk functioneren is ons menselijk bewustzijn een bijproduct dat er achteraan hobbelt, zeggen sommige neurologen zelfs. De conclusie dat een bepaalde vorm van bewustzijn zelfstandig buiten het lichaam om bestaat, lijkt me een conclusie die weinig onderzoekers zullen bevestigen. Wel dat het lichaam soms kan waarnemen zonder hersenen en zonder ogen. Het lichaam weet soms meer dan de hersenen (Ted Troost schreef eens een boek: ‘Het lichaam liegt nooit’). Bewustzijn is een zeer complex gegeven en ligt misschien wel over het heel het lichaam verspreid. Er zijn gelukkig nog mysteries in het leven. Weinigen lijken daar echter oog voor te hebben of kunnen daarmee leven. Men heeft nog liever een verkeerde verklaring dan geen verklaring. Veel dingen in ons bestaan dienen niet alleen verklaard, maar ook en vooral beleefd te worden. Soms zijn mensen zo koortsachtig op zoek naar oorzaken, naar een verklaring voor de muziek van het leven dat ze de muziek zelf niet horen of geen tijd hebben er naar te luisteren. Stil worden voor het mysterieuze lijkt me een kostbaar bezit in een wereld die zo langzamerhand alles begrijpt of denkt te begrijpen.

Dr Piet Winkelaar

Een reactie op het boek van Pim van Lommel “Eindeloos bewustzijn” Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring, Ten Have, Kampen 2007

Copyright © 2017 SWP Uitgeverij BV Amsterdam